Het St. Joris Kamerkoor en het Glasgow Chamber Choir o.l.v. Michael Bawtree en Bas Ramselaar, m.m.v. Wouter van Belle, orgel, geven samen twee concerten:
- 12 maart 2011: Sint Martinuskerk , Kerklaan 22 te Hoogland. Aanvang 20:15 uur
- 13 maart 2011: Sint Catharinakathedraal, Lange Nieuwstraat 36 te Utrecht. Aanvang 15:00 uur
Als titel van dit samenwerkingsproject tussen het Glasgow Chamber Choir en het St. Joris Kamerkoor is gekozen voor ‘Laudes Organi & Chori’. Zo is ‘Laudes Organi’ ook de titel van een prachtig, maar anoniem gebleven Middeleeuws gedicht uit de 12e eeuw: de ‘Lof van het orgel’, in 1966 voor koor en groot orgel op muziek gezet door de Hongaarse componist Zoltán Kodály.
En ‘Laudes Chori’ verwijst naar het prachtige tapijt van koorcomposities, met of zonder begeleiding, uit de verschillende eeuwen, met prachtige meesterwerken zoals het vijfstemmige Motet ‘Jesu, meine Freude’ van Johan Sebastian Bach (BWV227), het beroemde motet ‘Warum ist das Licht gegeben dem Mühseligen’ van Johannes Brahms (opus 74, nr. 1 ) en ontroerende motetten als 'When David heard' van Thomas Tomkins en het 'Take him, earth, for cherishing' van Herbert Howells.
We zijn zeer blij dat een bijzonder organist met ons gaat samenwerken: Wouter van Belle, titulair organist van de RK St. Catherina Kathedraal te Utrecht. Hij heeft ook bijgedragen aan de samenstelling van het concertprogramma.
Over de componisten
De titel van het concert is ontleend aan Kodály’s zwanenzang ‘Laudes organi’ ((1966) voor koor en orgel.
Kodály (1882-1967) gebruikte hiervoor een tekst uit een 12e-eeuws manuscript dat de lof zingt van het orgel en de organist oproept om het instrument te laten klinken ter ere Gods. In Kodály´s compositie wedijveren orgel en koor in uitbundigheid om de lof van het orgel te zingen. Voor ons reden om de titel van het concert uit te breiden tot ‘Laudes organi et chori’, lof van het orgel en de koren.
In het eerste deel van het concert zingen de beide koren afzonderlijk composities uit de eigen thuisbasis, respectievelijk het Verenigd Koninkrijk en Nederland, alle uit de 20e eeuw.
De Schotten zingen motetten van Thomas Tomkins (1572-1656) en Herbert Howells (1892-1983).
Tomkins, leerling van de grote William Byrd, studeerde aan de universiteit in Oxford en werd in 1617 Gentleman of the Chapel Royal. Tomkins behoort tot de laatste grote Engelse polyfonisten. Zijn meesterschap zal niemand ontgaan in het motet 'When David heard that Absalom was slain'.
Herbert Howells is vooral bekend door zijn kerkmuziek. Als laat-romantische componist, begiftigd met een melodisch en harmonisch talent, laat hij op één of andere wijze steeds zijn liefde voor natuur en volksmuziek hoorbaar worden. Het motet 'Take him, earth, for cherishing', geschreven in 1963 naar aanleiding van de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy, wordt door velen gezien als zijn beste a capella anthem.
De Amersfoorters zingen muziek van Hendrik Andriessen (1892-1981) en Albert de Klerk (1917-1998). Beiden genoten faam als improvisator aan het orgel. Beiden componeerden binnen de grenzen van de tonaliteit, maar ontwikkelden een eigen boeiende en vaak verrassende muzikale taal. Omdat vooral de muziek van De Klerk nog weinig aandacht krijgt, wijdde het St. Joris Kamerkoor eerder concerten aan hem, soms aan hem alleen, soms in samenhang met zijn leermeester of een tijdgenoot.
Daarna zingen beide koren samen in grote werken van respectievelijk J.S. Bach (het motet ‘Jesu, meine Freude’) en ‘Laudes organi’ van Kodály, omrankt met motetten van de 19e-eeuwers Brahms en Bruckner, en van de Brit Sir William Henry Harris (1883-1973). De meeste stukken op het programma klinken zelden tijdens concerten.
Zie ook de site van Stichting Kathedrale Koororgel Utrecht: www.koororgel.nl
Dit concert wordt gesponsord door het K.F. Hein Fonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds.


